Zomerproject: Cybercrime

Malware | Cybercrime
Deze zomer houd ik mij bezig met cybercrime. Omdat ik eind juni mijn bachelor afrondde en de master Informatierecht pas in september begint, heb ik de zomermaanden de tijd om iets te gaan doen wat ik leuk of nuttig vind. Een tussendoortje dus, want stilzitten is niet echt mijn ding.

Al eerder viel mijn oog op het vak ‘Strafrechtspleging in de gedigitaliseerde samenleving‘. Dit vak is onderdeel van de master Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. Omdat cybercrime geen onderdeel is van de master Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en dit vak natuurlijk alles te maken heeft met het internet, leek dit vak me een mooie aanvulling op mijn master. Zodoende is cybercrime mijn zomerbesteding geworden.

Het vak behandelt de gevolgen die de digitalisering van de samenleving heeft op het strafrecht. De Wet Computercriminaliteit I en II hebben verschillende strafbare feiten aan het Wetboek van Strafrecht toegevoegd ter bestrijding van cybercrime. Denk daarbij aan het verbod op computervredebreuk (hacken), het vernielen van computergegevens, toegang belemmeren (DDoS-aanvallen), grooming en nog veel meer. Deze delicten komen veelvuldig voor. Wist je bijvoorbeeld dat hacken tegenwoordig vaker voorkomt dan fietsendiefstal?

Ook internationale verdragen en EU-richtlijnen komen aan bod. Zo is er het Cybercrimeverdrag dat dient zorg te dragen voor een gemeenschappelijk strafrechtelijk beleid op het gebied van cybercrime en voor een betere internationale samenwerking. Of het Verdrag van Lanzarote dat dient ter bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik.

Op dit moment is de Wet Computercriminaliteit III bij de Tweede Kamer in behandeling. Deze wet zou justitie de mogelijkheid geven om in de computer van een verdachte in te breken. Deze nieuwe bevoegdheid stuit op veel kritiek en daarom wordt deze wet ook wel de ‘terughackwet’ genoemd. De kritiek bestaat voornamelijk uit privacybezwaren, maar ook de mogelijkheid om door in de computer van een verdachte in te breken bewijsmateriaal te manipuleren of zelfs te plaatsen is een zorg.

Daarnaast bevat het wetsvoorstel de mogelijkheid om een verdachte bij bepaalde misdrijven te verplichten om een wachtwoord af te geven. Het gebruik van encryptie door criminelen maakt het vaak erg moeilijk om bewijs te vinden voor bijvoorbeeld het in bezit hebben van kinderporno. Echter, een verdachte verplichten om mee te werken aan zijn eigen veroordeling is in strijd met het principiële, strafrechtelijke Nemo- teneturbeginsel. Ik ben benieuwd naar de afloop van deze discussies.

Het vak is een stuk minder juridische dan ik had verwacht. Er wordt maar weinig jurisprudentie behandeld en dat vind ik een gemiste kans. Er liggen voldoende interessante uitspraken die het behandelen waard zijn. De zaken Habbo en RuneScape, waarin wordt geoordeeld dat ook virtuele goederen in een online computerspel vatbaar zijn voor diefstal, zijn nagenoeg de enige uitspraken die wel aan bod komen. Mijns inziens besteed het vak te veel aandacht aan criminologie, sociologie en ethiek.

Ik heb nu nog enkele dagen om mij voor te bereiden op het tentamen van 17 augustus. Inmiddels heb ik mijn bachelordiploma van de Open Universiteit ontvangen en heb ik een kopie doorgestuurd naar de Universiteit van Amsterdam. Het wachten is nu op mijn definitieve inschrijving. Het eerste hoorcollege staat gepland op 6 september 2016.

Update 23 september 2016: De uitslag van het tentamen is eindelijk binnen: een 8!

Afbeelding: flickr

Geef een reactie