Tagarchief: Uitspraak

Usenetprovider Giganews definitief niet aansprakelijk voor auteursinbreuk

In de Verenigde Staten sleepte in 2011 het bedrijf Perfect 10 de in Texas gevestigde usenetprovider Giganews voor de rechter. De uitbater van een erotische website beweerde dat de usenetmarktleider inbreuk maakt op haar auteursrechten. De federale rechter was het daar niet mee eens en oordeelde in 2014 dat Giganews niet aansprakelijk is voor de inbreuken die door anderen op haar platform worden gepleegd.

In hoger beroep is deze uitspraak begin 2017 door het Hof van Beroep (Court of Appeals for the Ninth Circuit) bevestigd. Vorige week weigerde de hoogste Amerikaanse rechter (Supreme Court) het door Perfect 10 ingestelde beroep in behandeling te nemen, kennelijk omdat het geen reden zag om aan het oordeel van de beroepsrechter te twijfelen. Verder beroep is niet meer mogelijk, waardoor definitief is komen vast te staan dat in de VS een usenetprovider niet aansprakelijk is voor de auteursrechtinbreuken die door anderen op haar platform worden gepleegd.

Deze uitspraak is geheel in lijn met de uitspraak van het Hof van Amsterdam in de rechtszaak die Stichting BREIN heeft aangespannen tegen de voormalige Europese usenetprovider News-Service Europe B.V. (NSE). Net als in de Giganews-uitspraak oordeelde het gerechtshof dat NSE optreedt als een passieve usenetprovider die niet betrokken is bij de inhoud van de berichten die op haar platform worden geplaatst en daarom niet aansprakelijk kan worden gesteld voor inbreuken die anderen op haar platform plegen. Het onuitvoerbare vonnis van de rechtbank dat NSE verplichtte om een waterdicht filter te implementeren, werd terecht door het hof vernietigd.

In de EU wordt in het kader van de herziening van de regels over auteursrecht momenteel gedebatteerd over een uploadfilter. Het voorstel van de Europese Commissie bevat een artikel (artikel 13) dat internetbedrijven verplicht om elke upload te filteren op basis van door auteursrechthebbenden aangeleverde lijstjes. Bovendien maakt het voorstel een einde aan de huidige ‘safe harbours’, door providers aansprakelijk te stellen voor de eventuele inbreuken die anderen op haar platform plegen.

Het gevolg hiervan zal zijn dat zodra er maar een beetje twijfel bestaat over de rechtmatigheid van een upload, de provider het zekere voor het onzekere zal nemen en de upload zal blokkeren. Een uploadfilter zal dus ook legitieme uploads gaan tegenhouden, zeker als men zich bedenkt dat een filter blind is voor de context en daardoor niet in staat is om bijvoorbeeld geoorloofde parodieën of citaten te herkennen. Omdat een verplicht uploadfilter een grote bedreiging vormt voor de vrijheid van meningsuiting op internet, bestaat er een brede weerstand tegen het voorstel en is het maar zeer de vraag of de filterverplichting er daadwerkelijk zal gaan komen.

Vast staat dat er vooralsnog geen verplichting bestaat om uploads te filteren. In tegenstelling zelfs. Het grootste kritiekpunt op het voorstel is dat een filterverplichting in strijd is met het huidige verbod voor providers om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan. Het feit dat er op dit moment intensief wordt gedebatteerd over de eventuele introductie van een filterverplichting, kan niet anders worden gezien als een bevestiging dat een dergelijke filterverplichting op dit moment niet aan de orde kan zijn.

Er is in de tijd dat NSE haar activiteiten heeft moeten staken veel veranderd. Zo is gebleken dat middels het notice-and-takedown systeem het illegale aanbod op usenet effectief kan worden bestreden. Bovendien zijn rechthebbenden terecht tot inzicht gekomen dat het de inbreukmakende uploader is die de inbreuk pleegt en niet de neutrale provider. Hoewel rechthebbenden altijd hebben beweerd dat het opsporen van inbreukmakende uploaders een onmogelijke exercitie zou zijn, hebben zij zelf inmiddels het tegendeel bewezen. Steeds vaker worden inbreukmakers opgespoord en aangesproken. Ook inbreukmakende usenetgebruikers worden regelmatig ‘beboet’.

Een andere verandering die zich heeft voorgedaan, is het in 2014 ingetreden downloadverbod. In de tijd dat NSE nog actief was, was het toegestaan om voor privégebruik te downloaden vanaf ongeautoriseerde bron. De auteursrechthebbenden kregen hier een financiële vergoeding voor die werd verkregen uit de thuiskopieheffing, een heffing op blanco dragers zoals lege CD’s, MP3-spelers en computers. Door een uitspraak van de Europese rechter is het downloaden uit illegale bron niet langer toegestaan.

Aan het slepende geschil met Stichting BREIN is met de uitspraak van het gerechtshof helaas nog geen einde gekomen. BREIN is het niet eens met het hof en is in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De nu onaantastbaar geworden uitspraak van het Amerikaanse hof heeft precedentwerking gekregen en bevestigt ons vertrouwen in een goede afloop. Op 4 mei 2018 neemt de Advocaat-generaal bij de Hoge Raad zijn conclusie. Dit is een advies aan de raadsheren van de Hoge Raad dat in de meeste gevallen wordt overgenomen.

Afbeelding: Supreme Court of the United States (flickr)

Usenetprovider NSE wint hoger beroep van Stichting BREIN

Persbericht Amsterdam, 6 december 2016 – Het Gerechtshof Amsterdam heeft vandaag het vonnis van de Rechtbank Amsterdam vernietigd in de rechtszaak die piraterij-bestrijder Stichting BREIN in 2009 heeft aangespannen tegen usenetprovider News-Service Europe B.V. (NSE). Het hoger beroep is hiermee door NSE gewonnen.

Het hof heeft beslist dat NSE geen inbreuk maakte op auteursrechten, dat het als tussenpersoon ook niet aansprakelijk is voor de inbreuken die anderen op haar platform maakten en dat NSE niet onrechtmatig heeft gehandeld. Bovendien is het filter dat de rechtbank in 2011 aan NSE heeft opgelegd in strijd met Europese wetgeving (artikel 15 van de Richtlijn inzake elektronische handel). Dit artikel bepaalt dat een tussenpersoon niet kan worden verplicht om algemeen toezicht te houden.

Patrick Schreurs, voormalig CEO: “Eindelijk gerechtigheid! Het was eind 2011 voor vriend en vijand duidelijk dat het vonnis van de rechtbank geen stand kon houden. Toch heeft Stichting BREIN de uitkomst van het door NSE ingestelde hoger beroep niet willen afwachten, met als gevolg dat een succesvol Nederlands bedrijf haar activiteiten onnodig heeft moeten staken. Dat doet nog steeds veel pijn. Maar na een slepend hoger beroep, dat ruim vijf jaar heeft geduurd, heeft het hof nu eindelijk geoordeeld dat wij al die tijd het gelijk aan onze kant hebben gehad.”

Het hof gebiedt NSE nog wel om een effectieve notice-and-takedown-procedure (NTD-procedure) in te voeren. Met behulp van een NTD-procedure kan een provider gewezen worden op de aanwezigheid van onrechtmatig materiaal op haar platform, zodat hierop actie kan worden ondernomen en het bestreden materiaal indien nodig kan worden verwijderen. Het initiatief bij deze procedure ligt, in lijn met het eerder genoemd verbod op algemeen toezicht, niet bij de provider, maar bij melder.

Het gebod is opvallend, omdat NSE al voorafgaand aan de juridische procedure een effectieve NTD-procedure aanbood. Het hof heeft in een eerder tussenarrest weersproken dat NSE’s NTD-procedure niet effectief zou zijn. Het aanbieden van een effectieve NTD-procedure is bovendien een van de voorwaarden om als tussenpersoon een succesvol beroep te kunnen doen op uitsluiting aan aansprakelijkheid (art. 6:196c lid 4 BW). Aangezien het hof heeft geoordeeld dat NSE aan alle voorwaarden voldeed, heeft het hof daarmee NSE’s NTD-procedure als voldoende effectief bestempeld. Het gebod van het hof lijkt daarmee niet meer te zijn dan een doekje voor het bloeden.

Wierd Bonthuis, voormalig CFO over de uitspraak: “Ik ben zeer tevreden met het winnen van het hoger beroep in dit geschil tussen ons bedrijf en Stichting BREIN. Indien deze uitspraak ook de uitspraak van de rechtbank zou zijn geweest, zou NSE geen enkele reden hebben gehad om haar bedrijfsactiviteiten te staken. Dat werd echter onvermijdelijk toen BREIN, ondanks een door ons aangespannen executiegeschil, besloot het vonnis te betekenen en NSE met de schade achterliet.”

Over usenetproviders
De rol van een usenetprovider is vergelijkbaar met een internetprovider of een e-mailprovider. Een usenetprovider stelt usenetgebruikers in staat berichten te plaatsen in de openbare nieuwsgroepen en zorgt ervoor dat deze berichten voor het gehele usenet beschikbaar komen. Dergelijke neutrale tussenpersonen bieden toegang tot een technologisch platform zonder bemoeienis met hetgeen door de gebruikers wordt geplaatst.

Voorgeschiedenis
In 2009 start Stichting BREIN een rechtszaak tegen usenetprovider News-Service Europe B.V. BREIN is van mening dat usenetproviders zelfstandig auteursrechtelijk beschermde werken verveelvoudigen en openbaar maken en eist dat News-Service Europe hiermee stopt. De rechtbank stelt BREIN in het gelijk en verbiedt News-Service Europe om langer auteursrechtelijk beschermde werken vast te leggen en ter beschikking te stellen op straffe van een dwangsom van € 50.000 per dag. Dit gebod komt neer op een verstrekkende, preventieve, algemene en 100% waterdichte filterverplichting. Omdat News-Service Europe onmogelijk aan dit onhaalbare gebod kon voldoen, was zij genoodzaakt vanaf 4 november 2011 om 18.00 uur haar activiteiten te staken. Inmiddels was het al hoger beroep al ingesteld.

Over News-Service Europe B.V.
News-Service Europe B.V. (News-Service.com) startte in 1998 en was een succesvolle in Nederland gevestigde usenetprovider met een internationale klantenkring. Eind 2011 werd News-Service Europe gedwongen haar diensten te staken. News-Service Europe leverde enkel toegang tot usenet aan bedrijven, zoals resellers en internetproviders.

Hof stelt NSE in het gelijk, maar procedure sleept zich voort

Persbericht Amsterdam, 8 maart 2016 – Het Hof verrast vriend en vijand vandaag door voor de tweede maal met een tussenarrest in plaats van een eindarrest te komen. Het hof twijfelt, net als News-Service Europe (NSE), aan het belang dat Stichting BREIN nog heeft bij voortzetting van de procedure nu News-Service Europe haar activiteiten na het vonnis van de rechtbank heeft gestaakt. Daarom gelast het hof comparitie van partijen, waarbij de voortzetting van de procedure zal worden besproken.

Ondanks het feit dat het hof inmiddels alle vorderingen van BREIN heeft afgewezen, is het hof van mening dat er ruimte bestaat voor het eventueel opleggen van minder verstrekkende maatregelen. Sinds het tussenarrest van 19 augustus 2014 is dit het nog resterende onderwerp van het geschil.

Het hof oordeelt in het tussenarrest van vandaag dat BREIN er na het vorige tussenarrest niet in is geslaagd om alsnog concrete feiten aan te dragen die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat News-Service Europe toch onrechtmatig zou hebben gehandeld. Het hof beslist de overgebleven grieven dan ook in voordeel van News-Service Europe met de definitieve conclusie dat News-Service Europe niet onrechtmatig heeft gehandeld.

Wierd Bonthuis, voormalig CFO hierover: “Ik ben blij met de definitieve conclusie van het hof dat News-Service Europe niet onrechtmatig heeft gehandeld. Het is echter pijnlijk om te moeten constateren dat hiermee is vast komen te staan dat BREIN in 2011 News-Service Europe ten onrechte heeft gedwongen om haar activiteiten te staken.”

Indien BREIN het hof tijdens de comparitie weet te overtuigen dat zij weldegelijk nog een belang heeft bij voorzetting van de procedure, zal het hof een vervolgcomparitie gelasten waarbij partijen een deskundige dienen aan te wijzen met als doel om te onderzoeken welke maatregelen eventueel aan News-Service Europe kunnen worden opgelegd. Het feit dat News-Service Europe niet meer actief is, staat volgens het hof niet in de weg aan het opleggen van aanvullende maatregelen. Het hof wil dat de deskundigen met name de technische haalbaarheid van een woordfilter en het blokkeren van bepaalde nieuwsgroepen onderzoeken.

Patrick Schreurs, voormalig CEO van News-Service Europe: “Ik ben verheugd met het feit dat het hof alle principiële grieven in ons voordeel heeft beslist en dat alle vorderingen van BREIN zijn afgewezen. Het is echter teleurstellend dat er maar geen einde lijkt te komen aan deze ellenlange procedure.”

Over usenetproviders
De rol van een usenetprovider is vergelijkbaar met een internetprovider of een e-mailprovider. Een usenetprovider stelt usenetgebruikers in staat berichten te plaatsen in de openbare nieuwsgroepen en zorgt ervoor dat deze berichten voor het gehele usenet beschikbaar komen. Dergelijke neutrale tussenpersonen bieden toegang tot een technologisch platform zonder bemoeienis met hetgeen door de gebruikers wordt geplaatst.

Voorgeschiedenis
In 2009 start Stichting BREIN een rechtszaak tegen usenetprovider News-Service Europe. BREIN is van mening dat usenetproviders zelfstandig auteursrechtelijk beschermde werken verveelvoudigen en openbaar maken. BREIN eist dat News-Service Europe hiermee stopt. De rechtbank stelt BREIN in het gelijk en verbiedt News-Service Europe om langer auteursrechtelijk beschermde werken vast te leggen en ter beschikking te stellen op straffe van een dwangsom van € 50.000 per dag. Dit gebod komt neer op een verstrekkende, preventieve, algemene en 100% waterdichte filterverplichting. Omdat News-Service Europe onmogelijk aan dit onhaalbare gebod kon voldoen, was zij genoodzaakt vanaf 4 november 2011 om 18.00 uur haar activiteiten te staken. Inmiddels was het al hoger beroep al ingesteld.

Over News-Service Europe B.V.
News-Service Europe (News-Service.com) startte in 1998 en was een succesvolle in Nederland gevestigde usenetprovider met een internationale klantenkring. Eind 2011 werd News-Service Europe gedwongen haar diensten te staken. News-Service Europe leverde enkel toegang tot usenet aan bedrijven, zoals resellers en internetproviders.

Het tussenarrest is gepubliceerd op rechtspraak.nl.

 

Brein versus usenet: Tijd voor de uitspraak?

UPDATE 21 december 2015: Het hof heeft laten weten op 8 maart 2016 uitspraak te gaan doen.

UPDATE 8 december 2015: Uitspraak opnieuw uitgesteld. Dit keer tot tot 5 januari 2016.

UPDATE 17 november 2015: Uitspraak uitgesteld tot 8 december 2015.

Brein versus UsenetRuim 8 maanden nadat de uitwisseling van standpunten eindigde in het hoger beroep Brein versus Usenet, de rechtszaak die piratenbestrijder Stichting Brein heeft aangespannen tegen Usenet provider News-Service Europe BV (NSE), lijkt het volgende week nu echt tijd voor het hof om arrest te gaan wijzen. Of zal het hof de zaak nog een keer aanhouden?

Ruim 6½ jaar geleden ontstond het eerste contact met Stichting Brein en na een procedure van ruim 2 jaar verloor ik op 28 september 2011 de zaak bij de rechtbank op alle fronten. Stichting Brein was niet bereid om het inmiddels door ons ingestelde hoger beroep af te wachten en dwong NSE om haar haar activiteiten te staken op straffe van een dwangsom van maar liefst € 50.000 per dag. Het was dan ook onvermijdelijk dat op 4 november 2011 de systemen van NSE op zwart gingen.

Omdat wij tijd nodig hadden om NSE op een nette manier te ontmantelen en om het hoger beroep voor te bereiden heeft het wel een jaar geduurd voordat het hoger beroep inhoudelijk van start ging. Ondertussen begon ik in september 2012 aan mijn studie rechten.

In de zomer van 2014 zat iedereen klaar voor het definitieve oordeel van het hof, maar het hof verraste vriend en vijand met een tussenarrest. Op verzoek van het hof hebben partijen gedurende de winter 2014/2015 nog een akte genomen. Op 10 maart 2015 gaf het hof aan klaar te zijn om uitspraak te gaan doen. De datum waarop het hof arrest zou wijzen is een aantal keer uitgesteld – de laatste keer zelfs met maar liefst 5 maanden – en staat nu voor 17 november 2015 op de rol.

Dus als het goed is geeft het Gerechtshof Amsterdam volgende week eindelijk antwoord op de vraag of een usenet provider aansprakelijk gesteld kan worden voor de inbreukmakende berichten die gebruikers het op het usenet plaatsen.

Het antwoord op die vraag moet natuurlijk een keihard ‘Nee, natuurlijk niet!’ zijn. Elk ander antwoord zou Rijkswaterstaat aansprakelijk maken voor elk (illegaal) transport dat op haar snelwegen plaatsheeft; het zou een internetprovider aansprakelijk maken voor misdrijven die met behulp van haar infrastructuur zijn beraamd of voor de (illegale) e-mails die zij voor haar gebruikers opslaat; het zou een hostingprovider aansprakelijk maken voor alle (illegale) uitlatingen van haar websitehouders; het zou Google aansprakelijk maken voor de links die zij toont naar (illegale) websites, etc. etc.

Studieplanning

Studieplanning
Juridische bibliotheek UvA.

Het maken van een studieplanning voor een studie aan de Open Universiteit is een vak op zich. Dat komt omdat de OU werkt met losse vakken en de planning daarvan volledig aan de student overlaat. Dit heeft natuurlijk als voordeel dat je als student hierdoor een grote mate van flexibiliteit krijgt en zo je eigen studietempo kan bepalen, maar het maken van een goede studieplanning is niet eenvoudig.

Bij het maken van een een studieplanning spelen (bij mij) een groot aantal factoren een rol: Lees verder Studieplanning

Een iPad is een computer. En een iPhone?

Een ipad is een computer, aldus de Hoge Raad.
Bron: Flickr

Vorige week oordeelde de Hoge Raad in een belastingzaak dat een iPad gezien moet worden als een computer en niet als een communicatiemiddel. Het gevolg is dat een werkgever loonheffing moet betalen over de aan haar personeel verstrekte iPads. Maar als een iPad een computer is, hoe zit dat dan met een iPhone en andere smartphones?

De uitspraak is het sluitstuk van een geschil tussen RTL Nederland en de Belastingdienst. Volgens de Belastingdienst moet RTL Nederland loonheffing betalen over de 664 aan haar medewerkers geschonken iPads. Volgens Webwereld gaat het om een bedrag van maar liefst 3 ton.

Om te bepalen of er loonbelasting dient te worden betaald is van belang om te weten of een iPad volgens de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) valt onder de categorie ‘telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen – niet zijnde computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur’ (artikel 15b, eerste lid, onder f, Wet LB 1964) of onder de categorie ‘computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur’ (artikel 15b, eerste lid, onder s). Kort gezegd komt het er in dit geschil op neer dat indien een iPad valt onder de categorie ‘communicatiemiddelen’ er geen loonheffing hoeft te worden betaald, maar als een iPad gerekend kan worden tot de categorie ‘computers’ dit wel het geval is.

De rechtbank was in 2012 van oordeel dat een iPad als een computer moet worden gezien (r.o. 4.5.3):

“Gelet op de vele andere gebruiksmogelijkheden die de iPad heeft, is de rechtbank van oordeel dat de communicatiefunctie van de iPad niet zodanig is dat deze een centrale rol speelt. (..) Mede gelet op het formaat van de iPad, het geheugen van 32 GB en met inachtneming van de vele andere gebruiksmogelijkheden dient de iPad veeleer te worden aangemerkt als kleine computer die mede geschikt is voor verschillende vormen van communicatie.”

RTL Nederland ging in beroep en werd in 2014 door het Hof Amsterdam in het gelijk gesteld. Een iPad is toch géén computer (r.o. 4.2.12):

“Het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn bij deze apparaten te beperkt voor langdurig gebruik als computer.”

Hierop ging de Belastingdienst in cassatie. En met succes, want de Hoge Raad heeft vorige week de uitspraak van het hof vernietigd. Volgens ons hoogste rechtsorgaan moet niet de vraag beantwoord worden of een iPad het meeste lijkt op de beschrijving van een communicatiemiddel of van een computer, maar moet eerst (r.o. 2.5.2)..

“(..) worden beoordeeld of zij [de iPads] moeten worden gerekend tot de ‘computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur’ vermeld in artikel 15b, lid 1, letter s, Wet LB en dat pas bij een ontkennende beantwoording van die vraag onderzocht moet worden of die iPads kunnen worden gerangschikt onder de in letter f van die wetsbepaling bedoelde categorie ‘telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen’.”

Dus pas als een iPad niet valt onder de beschrijving van een computer, dient te worden beoordeeld of hij wellicht voldoet aan de beschrijving van een communicatiemiddel. Vervolgens overweegt de Hoge Raad (r.o. 2.5.4):

“Zoals blijkt uit de reeds genoemde omschrijving van het apparaat door het Hof kenmerkt de iPad zich, evenals een desktop- of notebookcomputer, door zijn veelzijdige inzetbaarheid voor de verwerking en opslag van gegevens, in de vorm van tekst, cijfers, beeld en geluid, het zoeken naar informatie op het internet, en voor ontspanning. Dit brengt mee dat de iPads moeten worden gerangschikt onder de in artikel 15b, lid 1, letter s, Wet LB bedoelde categorie.”

De Hoge Raad ziet een iPad dus als een computer, zodat RTL Nederland uiteindelijk toch aan het kortste eind trekt en ruim 3 ton aan achterstallige loonheffing moet betalen.

Maar nu de Hoge Raad stelt dat eerst moet worden beoordeeld of wordt voldaan aan de beschrijving van een computer en pas indien dit niet het geval is moet worden beoordeeld of er dan wellicht sprake is van een communicatiemiddel, vallen iPhones en andere smartphones dan niet ook onder de categorie ‘computer’? Een smartphone kenmerkt zich immers toch ook ‘door zijn veelzijdige inzetbaarheid voor de verwerking en opslag van gegevens, in de vorm van tekst, cijfers, beeld en geluid, het zoeken naar informatie op het internet, en voor ontspanning’?

Aangezien je met een smartphone nagenoeg hetzelfde kan als met een iPad moet deze vraag naar mijn menig bevestigend worden beantwoord. Dus niet alleen een iPad blijkt een computer te zijn, maar ook een iPhone en elke andere smartphone.

En toch zijn de gevolgen van deze uitspraak niet zo groot als het lijkt. Waarom niet? Omdat met ingang van 1 januari 2011 alle artikelen met betrekking vrije vergoedingen en verstrekkingen uit de Wet op de loonbelasting zijn geschrapt. De uitspraak heeft slechts betrekking op de tekst van de Wet op de loonbelasting zoals deze in 2010 was. De nieuwe werkkostenregeling maakt geen onderscheid meer tussen computer en communicatiemiddel.