Tagarchief: rechten

Master Informatierecht: het eerste semester

Het is alweer een flinke tijd geleden dat ik een blog heb geschreven over de voortgang van mijn studie. Ik pak de draad weer op. Na het behalen van mijn bachelor en na door de selectieprocedure te zijn gekomen, mocht ik begin september 2016 beginnen aan de master Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Het eerste semester bestaat uit twee verplichte basisvakken: Informatierecht en Intellectuele Eigendom en wordt afgesloten met het schrijven van een paper op het gebied van Informatierecht of Intellectuele eigendom. Beide basisvakken werden eind oktober en eind december getentamineerd.

In het basisvak Intellectueel Eigendom worden de verschillende intellectuele eigendomsrechten behandeld, zoals het auteursrecht, de naburige rechten, het databankenrecht, het merkenrecht, het octrooirecht en het modellenrecht. Omdat veel onderdelen van deze rechtsgebieden binnen de EU zijn geharmoniseerd is er veel aandacht voor Europese richtlijnen en verordeningen. Daarnaast wordt een flink aantal uitspraken van de hoogste rechterlijke instelling van de EU, het Europese Hof van Justitie behandeld. Het intellectueel eigendomsrecht is mede door de digitalisering en het internet een zeer dynamisch rechtsgebied. Veel Europese richtlijnen en verordeningen zijn recent herzien, zitten in een overgangsfase of worden binnenkort herzien, wat de materie extra complex maakt.

Het andere basisvak, Informatierecht, behandelt een breed rechtsgebied. Vrijheid van meningsuiting, privacy en de bijzondere positie van de media en pers spelen een hoofdrol. Ook was er veel aandacht voor de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die in 2018 de Wbp zal gaan vervangen. Er is een speciale rol weggelegd voor het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en heel veel jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

Ook de aansprakelijkheid van internet tussenpersonen, een voor mij niet onbekend terrein, werd uitvoerig behandeld. Het was heel bijzonder om te constateren dat mijn rechtszaak tegen Stichting Brein verplichte jurisprudentie heeft opgeleverd. Het eerste tussenarrest, waarin het Gerechtshof van Amsterdam besloot dat een usenetprovider als een internet tussenpersoon een beroep op de uitsluiting van aansprakelijkheid toekomt, werd tijdens één van werkgroepen behandeld.

Een van de aantrekkelijke aspecten van de master Informatierecht is dat de colleges voor een groot deel worden verzorgd door medewerkers van het Instituut voor Informatierecht (IViR), een van de meest vooraanstaande onderzoeksinstituten ter wereld op het gebied van informatierecht. Deze docenten vertellen met veel passie en enthousiasme over hun eigen rechtsgebied. Zo werd het college over de aansprakelijkheid van internet tussenpersonen gegeven door mijn eigen advocaat.

Ik heb beide vakken als zeer pittig ervaren. Ik moest ook erg wennen aan de manier van werken bij de Universiteit van Amsterdam. Bij de Open Universiteit kreeg ik een stapel studiemateriaal en een datum voor het tentamen en kon ik mijn eigen gang gaan. De master Informatierecht is door de wekelijkse werkgroepen veel interactiever en je werkt elke week naar de colleges van de volgende week toe. Gelukkig heb ik beide vakken succesvol afgerond en hoef ik geen hertentamen te doen.

Zoals gezegd werd het semester afgesloten met het schrijven van een paper. Mijn paper gaat over de handhaving van intellectueel eigendomsrechten en dan met name over de rechtspositie van een vermeend inbreukmaker wiens persoonsgegevens worden opgevraagd bij bijvoorbeeld zijn internetprovider. Ik ben nog in afwachting van de beoordeling.

Inmiddels is het tweede semester alweer begonnen. Dit semester bestaat uit een aantal keuzevakken en het schrijven van de eindscriptie. Meer hierover in een volgende blog.

Afbeelding: De Kloveniersburgwal. Onderweg naar de Oudemanhuispoort voor het tentamen Informatierecht op 22 december 2016.

Zomerproject: Cybercrime

Malware | Cybercrime
Deze zomer houd ik mij bezig met cybercrime. Omdat ik eind juni mijn bachelor afrondde en de master Informatierecht pas in september begint, heb ik de zomermaanden de tijd om iets te gaan doen wat ik leuk of nuttig vind. Een tussendoortje dus, want stilzitten is niet echt mijn ding.

Al eerder viel mijn oog op het vak ‘Strafrechtspleging in de gedigitaliseerde samenleving‘. Dit vak is onderdeel van de master Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. Omdat cybercrime geen onderdeel is van de master Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en dit vak natuurlijk alles te maken heeft met het internet, leek dit vak me een mooie aanvulling op mijn master. Zodoende is cybercrime mijn zomerbesteding geworden.

Het vak behandelt de gevolgen die de digitalisering van de samenleving heeft op het strafrecht. De Wet Computercriminaliteit I en II hebben verschillende strafbare feiten aan het Wetboek van Strafrecht toegevoegd ter bestrijding van cybercrime. Denk daarbij aan het verbod op computervredebreuk (hacken), het vernielen van computergegevens, toegang belemmeren (DDoS-aanvallen), grooming en nog veel meer. Deze delicten komen veelvuldig voor. Wist je bijvoorbeeld dat hacken tegenwoordig vaker voorkomt dan fietsendiefstal?

Ook internationale verdragen en EU-richtlijnen komen aan bod. Zo is er het Cybercrimeverdrag dat dient zorg te dragen voor een gemeenschappelijk strafrechtelijk beleid op het gebied van cybercrime en voor een betere internationale samenwerking. Of het Verdrag van Lanzarote dat dient ter bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik.

Op dit moment is de Wet Computercriminaliteit III bij de Tweede Kamer in behandeling. Deze wet zou justitie de mogelijkheid geven om in de computer van een verdachte in te breken. Deze nieuwe bevoegdheid stuit op veel kritiek en daarom wordt deze wet ook wel de ‘terughackwet’ genoemd. De kritiek bestaat voornamelijk uit privacybezwaren, maar ook de mogelijkheid om door in de computer van een verdachte in te breken bewijsmateriaal te manipuleren of zelfs te plaatsen is een zorg.

Daarnaast bevat het wetsvoorstel de mogelijkheid om een verdachte bij bepaalde misdrijven te verplichten om een wachtwoord af te geven. Het gebruik van encryptie door criminelen maakt het vaak erg moeilijk om bewijs te vinden voor bijvoorbeeld het in bezit hebben van kinderporno. Echter, een verdachte verplichten om mee te werken aan zijn eigen veroordeling is in strijd met het principiële, strafrechtelijke Nemo- teneturbeginsel. Ik ben benieuwd naar de afloop van deze discussies.

Het vak is een stuk minder juridische dan ik had verwacht. Er wordt maar weinig jurisprudentie behandeld en dat vind ik een gemiste kans. Er liggen voldoende interessante uitspraken die het behandelen waard zijn. De zaken Habbo en RuneScape, waarin wordt geoordeeld dat ook virtuele goederen in een online computerspel vatbaar zijn voor diefstal, zijn nagenoeg de enige uitspraken die wel aan bod komen. Mijns inziens besteed het vak te veel aandacht aan criminologie, sociologie en ethiek.

Ik heb nu nog enkele dagen om mij voor te bereiden op het tentamen van 17 augustus. Inmiddels heb ik mijn bachelordiploma van de Open Universiteit ontvangen en heb ik een kopie doorgestuurd naar de Universiteit van Amsterdam. Het wachten is nu op mijn definitieve inschrijving. Het eerste hoorcollege staat gepland op 6 september 2016.

Update 23 september 2016: De uitslag van het tentamen is eindelijk binnen: een 8!

Afbeelding: flickr

Bachelor of Laws (LL.B.) in Rechtsgeleerdheid

Integratiepracticum | Bachelor of LawsAfgelopen vrijdag was het dan zover: de openbare slotbijeenkomst aan de campus van de Open Universiteit in Heerlen (Zuid-Limburg) ter afsluiting van het Integratiepracticum en van mijn bachelor Rechtsgeleerdheid.

Ik moest voor de bestuurskamer van de rechtbank een pleidooi houden namens mijn cliënt die werd gekort op zijn bijstandsuitkering. Mijn cliënt zou zich namelijk bij een gesprek met een psycholoog naar het oordeel van het college van B en W zeer ernstig hebben misdragen. Ik had mijn pleitnota goed voorbereid en kreeg vooraf al een compliment voor mijn vindingrijkheid. Een prettige opsteker, want van de strenge blik van één van de rechters werd ik toch wel wat zenuwachtig.

Bestuurskamer | Bachelor of Laws

Mijn wederpartij, een medestudent die het college van B en W vertegenwoordigde, en ik waren aan elkaar gewaagd, waardoor een leuke interactie ontstond tijdens repliek en dupliek.

Aan het einde van een leuke en intensieve dag werden de resultaten bekend gemaakt. Mijn optreden werd beoordeeld met een fijne 8! Na de borrel kon ik moe maar voldaan beginnen aan de reis huiswaarts. Bedankt Heerlen, de vla was heerlijk!

vla | Bachelor of Laws

Aangezien dit mijn laatste vak voor de bachelor was, mag ik mijzelf nu ‘Bachelor of Laws’ noemen en de afkorting LL.B. achter mijn naam zetten. Mag ik mezelf even voorstellen? Mijn naam is: Ing. W.P. Schreurs LL.B.

Maar goed, niet te lang bij stil staan.. snel verder.. Ik heb inmiddels toestemming gekregen om in de zomer nog het mastervak Strafrechtspleging in de gedigitaliseerde samenleving bij de Open Universiteit te mogen doen. Daar ga ik nu meteen aan beginnen. Het tentamen is op 17 augustus 2016. Daarna zal ik de Open Universiteit moeten verlaten om in september aan de master Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam te beginnen.

Zie mijn Status rechtenstudie pagina voor de actuele status van mijn studie.

Mijn definitieve postpropedeuse cijferlijst:
Cijferlijst postpropedeuse Bachelor of Laws

Geselecteerd voor de master Informatierecht

Geselecteerd voor de master Informatierecht

It Giet Oan!! Ik ben geselecteerd voor de master Informatierecht 2016-2017 aan de Universiteit van Amsterdam! Gisteren ontving ik na lang in spanning te hebben gewacht bovenstaande e-mail.

In september 2012 begon ik aan mijn bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit met als doel om daarna aan de master Informatierecht te kunnen beginnen. In augustus 2012 schreef ik hierover:

Mijn doel is om uiteindelijk de master Informatierecht te gaan volgen. Maar om tot deze master te worden toegelaten moet ik wel eerst een universitaire bachelor rechten op zak hebben. Of ik dit doel ook ook echt ga halen weet ik niet, maar de eerste stap is in ieder geval gezet. Ik ga nu eerst proberen om de propedeuse te halen.

De propedeuse halen is gelukt en de bachelor zit er ook bijna op. En nu ben ik toegelaten tot de master. En dat is maar goed ook, want een plan B had ik niet.

De master Informatierecht is een ‘selectieve’ opleiding, waarbij een selectie- en toelatingsprocedure geldt. De selectie geschiedt op basis van motivatie, het gemiddelde (eind)cijfer van de bachelorstudie en curriculum vitae. Eind maart heb ik me aangemeld en schreef ik in mijn motivatiebrief waarom juist ik voor deze master in aanmerking zou moeten komen. Dat is me blijkbaar goed afgegaan, want gisteren ontving ik dus het bericht dat ik ben geselecteerd.

Informatierecht is een actueel rechtsgebied dat gaat over alle juridische aspecten van `informatie’. Dankzij de opkomst van het internet speelt informatie in de huidige informatiemaatschappij een cruciale rol. Het is nu makkelijker dan ooit om informatie te delen, te verspreiden en tot je te nemen. Maar er zijn wel grenzen. Informatierecht is een verzamelnaam voor een aantal rechtsgebieden die met informatie van doen hebben.

Zo is er het privacyrecht dat het gebruik van persoonsgegevens beperkt. Het auteursrecht dat gaat over het recht dat de maker van een werk van literatuur, wetenschap of kunst heeft om te kunnen bepalen wat er met zijn werk gebeurt. En het octrooirecht dat gaat over de rechten op een uitvinding. Maar ook vrijheid van meningsuiting, telecommunicatierecht, persrecht en mediarecht zijn onderdelen van het brede rechtsgebied informatierecht.

Vrijwel alle onderdelen van het informatierecht hebben een sterkte affiniteit met het internet en juist dat is de reden waarom mij deze master mij zo aantrekt. Ik heb er erg veel zin in!

Ik stap dus over van de Open Universiteit dat gericht is op afstandsonderwijs, naar een reguliere universiteit, de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dat betekent een nieuwe universiteit met nieuwe gewoontes, procedures, medestudenten en… verplichte hoorcolleges! Ik zal daar best even aan moeten wennen.

In de week van 5 september 2016 begint het eerste semester, dat bestaat uit de verplichte vakken Informatierecht en Intellectueel eigendom. Bovendien moet er in het eerste semester een paper op het gebied van een van deze basisvakken worden geschreven. Het tweede semester bestaat uit een aantal keuzevakken en het schrijven van een masterscriptie.

Maar nu eerst nog maar even mijn bachelor afronden…

Symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad

Symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad
Gisteren was ik aanwezig bij het Symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad dat werd gehouden in de grote zittingszaal van het nieuwe gebouw van de Hoge Raad in Den Haag.

De Hoge Raad der Nederlanden is de hoogste rechter in Nederland op het gebied van het civiele-, straf- en belastingrecht. De Hoge Raad is geen feitenrechter, maar cassatierechter. Een cassatierechter oordeelt of de feitenrechter (meestal het gerechtshof) het recht en de procesregels juist heeft toegepast. De Hoge Raad kan een uitspraak van de feitenrechter vernietigen (casseren), waardoor de feitenrechter de zaak moet overdoen. Kerntaken van de Hoge Raad zijn het bevorderen van rechtseenheid en rechtsontwikkeling.

In het symposium stond de vraag centraal welke gevolgen de rechtsvormende taak van de Hoge Raad heeft voor de motivering van arresten. Zou de Hoge Raad de achterliggende beleidsargumenten en afwegingen steeds in de motivering van zijn beslissingen moeten vermelden? Wanneer doet hij dit wel en wanneer niet?

Ton Hartlief (hoogleraar privaatrecht, Maastricht; per 1 april 2016 advocaat-generaal) hield een betoog waarin hij zijn stelling verdedigde dat de Hoge Raad zoveel mogelijk zijn gedachtegang om tot een bepaalde uitspraak te komen als motivering in het arrest zou moeten opnemen. Bovendien zou de Hoge Raad moeten motiveren waarom hij van mening is dat hij een bepaalde uitspraak kan en mag doen en waarom. Dit doet de Hoge Raad volgens Hartlief nu alleen in die gevallen wanneer zij van mening is dat zij een bepaalde uitspraak niet kan doen, omdat hij daarmee op de stoel van de wetgever zou gaan zitten.

Ybo Buruma (raadsheer strafkamer) is juist geen voorstander van een omstandige motivering. Volgens Buruma zou bij uitgebreide motivering ook gebruik worden gemaakt van niet of minder accurate argumenten en dat zou volgens hem nu juist de kwaliteit van arresten ondermijnen. Bovendien wordt elk woord van de Hoge Raad op een weegschaal gelegd, wat de houdbaarheid van een uitspraak zou kunnen ondermijnen. Tegenover het zuinig motiveren stelt Buruma de mogelijkheid om uitspraken toe te lichten, bijvoorbeeld door de persraadsheer.

De Hoge Raad wordt bij zijn uitspraken geholpen door een conclusie (advies) van een advocaat-generaal. Ik meen dat het Geert Knigge (advocaat-generaal, strafrecht) was die gekscherend zei dat de advocaat-generaal zijn conclusies uitgebreid motiveert, omdat het zijn doel is om de Hoge Raad te overtuigen van zijn gelijk. De Hoge Raad zelf bedient zich van aanzienlijk minder motivatie, omdat de Hoge Raad niemand hoeft te overtuigen, omdat de Hoge Raad als hoogste rechter in Nederland altijd gelijk heeft.

Maarten Feteris (president van de Hoge Raad) maakte een prachtige metafoor met betrekking tot het al dan niet uitgebreid moeten motiveren van uitspraken: Iedereen herkent wel het beeld van een kind bij de kassa van een supermarkt die de ouder vraagt waarom hij of zij niet een zakje van die onweerstaanbare snoep mag pakken. Terwijl de ene ouder zich beperkt tot de woorden ‘omdat ik het zeg’, start de andere ouder een uitgebreid betoog over tandartsen en wat niet meer zij. Welke ouder straalt nu het meeste gezag uit?

Daar werd dan weer terecht tegenover gezet dat gezag vroeger iets vanzelfsprekends was, maar dat gezag in het huidige tijdperk steeds minder vanzelfsprekend is en verdiend moet worden. Dat gezag kan de Hoge Raad verdienen door goed gemotiveerde arresten te wijzen. En zo is de cirkel weer rond.

Het blijkt dat zowel voor- als tegenstanders van het uitgebreid motiveren van uitspraken sterke argumenten voor hun standpunt hebben. Dineke de Groot (raadsheer civiele kamer) liet desgevraagd ook weten dat dit onderwerp ook daadwerkelijk een onderwerp is waar de Hoge Raad zich mee bezig houdt.

Het was een interessante middag, die werd afgesloten met een borrel. Bij de uitgang werd de die dag verschenen bundel Rechtsvorming door de Hoge Raad uitgereikt. Het symposium was ook meteen een mooie gelegenheid om het prachtige nieuwe gebouw en de indrukwekkende grote zittingszaal (zie foto) van de Hoge Raad te mogen bewonderen. Na afloop heb ik samen met een groep medestudenten van de Open Universiteit nog even lekker nagepraat en gegeten in een in Italiaans restaurant in de buurt.

Afbeelding: Maarten Feteris (president van de Hoge Raad) introduceert het thema.

De laatste loodjes van mijn bachelor

Pleiten | Integratiepracticum
Pleitsessie 29-11-2014

Na behalen van de laatste twee tentamens van mijn bachelor, resteert nu nog slechts de afsluitende eindopdracht om mijn bachelor met succes te kunnen afronden. Deze eindopdracht wordt bij de Open Universiteit het Integratiepracticum genoemd.

Bij het Integratiepracticum is het de bedoeling dat je laat zien dat je de opgedane kennis uit de bachelor in de praktijk kunt toepassen. Dit doe je door drie casus uit de drie verschillende rechtsgebieden (privaatrecht, bestuursrecht, strafrecht) uit te werken. Het vak bestaat uit een schriftelijk en een mondeling deel.

Het schriftelijke deel was pittig en omvangrijk. Het vereiste jurisprudentie- en literatuuronderzoek maakte een aantal bezoeken aan de juridische bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam noodzakelijk. Voor elke uitwerking moet een voldoende worden behaald om door te mogen gaan naar het mondelinge deel van de cursus. Bij twee of meer onvoldoendes is het einde oefening en mag je het vak over een half jaar opnieuw proberen (aangezien de master die ik wil gaan doen alleen in september begint, zou dat voor mij een vertraging van een heel jaar betekenen). Bij één onvoldoende krijg je nog de gelegenheid om je uitwerking aan te passen. Gelukkig heb ik voor alle drie de uitwerkingen een voldoende gehaald. Voor privaatrecht en strafrecht kreeg ik een 7, voor bestuursrecht een 8.

Het mondelinge deel bestaat uit het houden van een pleidooi voor de rechter, inclusief repliek of dupliek. De casus die ik moet bepleiten is één van de drie in het schriftelijke deel uitgewerkte casus. Welke casus dat wordt en welke rol ik toebedeeld krijg, krijg ik vandaag te horen. Deze slotbijeenkomst van het Integratiepracticum vindt plaats op 24 juni 2016 op de campus van de Open Universiteit in Heerlen en vormt de afsluiting van het Integratiepracticum en de bachelor.

Afgelopen vrijdag stond een oefendag ter voorbereiding op de slotbijeenkomst op het programma. Ik moest een pleidooi houden ter verdediging van ‘mijn cliënt’ die diefstal met geweld en rijden onder invloed ten laste werd gelegd. Ik heb slechts één keer eerder gepleit, dus deze dag was een zeer welkome oefening. Ik was tevreden met mijn optreden. Ik bleef precies binnen de toegestane tijd en hield mijn pleidooi los van het papier. Mijn repliek was echter voor verbetering vatbaar.

In september hoop ik te starten met de Master Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam. Dit is een gespecialiseerde master waarvoor slechts een beperkt aantal studenten wordt toegelaten. Ik heb in een motivatiebrief moeten beargumenteren waarom ik van mening ben dat ik geselecteerd zou moeten worden. Aangezien ik geen plan B heb, wacht ik met spanning de uitkomst af.

Gedurende de zomer hoop ik mezelf te kunnen vermaken met cybercriminaliteit. De Open Universiteit biedt namelijk het vak Strafrechtspleging in de gedigitaliseerde samenleving aan en aangezien cybercriminaliteit geen onderdeel is van de Master Informatierecht, lijkt me dit een hele mooie aanvulling. Er is echter wel een probleem. Dit vak kent een vast startmoment en is begin mei reeds gestart. Vanwege de door de politiek ingevoerde ‘harde knip’ mogen studenten niet meer aan een master beginnen, voordat ze hun bachelor volledig hebben afgerond. Omdat ik de bachelor ‘pas’ eind juni afrond, val ik tussen wal en schip. Ik wacht nu op toestemming van de Open Universiteit om ondanks het vaste startmoment toch op een later moment aan dit vak te mogen beginnen.

Woensdag staat iets heel anders op de rol, namelijk het symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad. Als hoogste rechtelijke instantie heeft de Hoge Raad vaak het laatste woord en daarmee een rechtsvormende taak. Hierbij is de motivering van de uitspraken van de Hoge Raad van het grootste belang. De Hoge Raad is onlangs verhuisd en het symposium vindt plaats in de grote zittingszaal op de nieuwe locatie. Hartstikke leuk dus! Na afloop van het symposium is het tijd om samen met een aantal medestudenten gezellig na te praten en een hapje te eten. Nog leuker!

Zie mijn Status rechtenstudie pagina voor de actuele status van mijn studie.

Constitutioneel recht en Grondrechten

Constitutioneel recht en Grondrechten

De eerste week van februari was de eerste tentamenweek van 2016. Nadat ik lang heb zitten twijfelen welke van de twee nog resterende vakken voor mijn bachelor Rechtsgeleerdheid ik eerst zou gaan doen, heb ik eind november besloten om ze allebei maar te gaan proberen. Om te voorkomen dat ik beide vakken net niet zou halen, zou ik mij concentreren op Constitutioneel recht (dat is een dubbelvak van 8,6 studiepunten) en zou ik wat minder tijd besteden aan Grondrechten (4,3 studiepunten) en deze gewoon op goed geluk te proberen. Grondrechten is één van de weinige meerkeuzetentamens en meerkeuze ligt mij wel. Dus onder het motto ‘niet geschoten, altijd mis’ zou ik voor dit vak gewoon een poging wagen.

Ik had mijn Bachelor essay een kleine 2 weken eerder ingeleverd dan noodzakelijk was, om mijzelf wat extra tijd te geven voor Constitutioneel recht en Grondrechten. Slechts twee weken voor de tentamenweek had ik de enorme hoeveelheid studiemateriaal van Constitutioneel recht een keer gezien en begon ik aan Grondrechten. Ik vond Grondrechten echt een heel boeiend en actueel vak, dat in mijn geval erg verslavend werkte. Het resultaat was dat ik vanaf dit moment tot aan de tentamenweek elke dag van ’s ochtends tot ’s avonds laat met mijn neus in de boeken zat.

Grondrechten waarborgen in beginsel de vrijheid van burgers tegenover de overheid (verticale werking). Maar soms kan een burger zich ook op grondrechten beroepen tegenover een andere burger (horizontale werking). In mijn rechtszaak tegen Stichting Brein komt de horizontale werking van een aantal grondrechten uitvoerig aan bod.

In zijn algemeenheid kan je zeggen dat de opkomst van het internet het belang van grondrechten heeft vergroot. Met behulp van het internet heeft iedereen bijvoorbeeld een podium gekregen om zijn of haar mening te verkondigen. Maar mag je alles zomaar zeggen? Met andere woorden: Hoever reikt de vrijheid van meningsuiting? Ook maakt het internet het mogelijk dat derden in kaart brengen welke websites iemand bezoekt. Is dit niet in strijd met je recht op privacy? Of zou het zijn toegestaan omdat die websites graag meer willen weten over de bezoekers van hun websites? Kortom, is er een legitieme reden om een beperking op een grondrecht toe te staan?

Tussen Constitutioneel recht en Grondrechten bestaat een zekere overlap. Bij de vraag of een politicus een grotere vrijheid van meningsuiting heeft dan anderen (denk aan het strafproces tegen Wilders), komen beide rechtsgebieden aan bod. De vraag of en hoe een politicus die en strafbaar feit heeft begaan (lekken uit de commissie Stiekem) kan worden vervolgd is een voorbeeld van een actuele vraag uit het rechtsgebied van Constitutioneel recht.

De week voor de tentamenweek moest ik mijn tijd verdelen over beide vakken. Maandagavond (1 februari) was het tijd voor het tentamen Grondrechten en woensdagavond (3 februari) was het tijd voor Constitutioneel recht, zodat ik voor dit vak nog wat extra tijd had. Met een beetje mazzel zou dit het laatste tentamen van mijn bachelor worden.

De afgelopen dagen kwamen de resultaten binnen. Dat werkt bij de Open Universiteit altijd wat omslachtig. Op een dag kan je via een website van de OU erachter komen of je bent geslaagd. Niemand weet wanneer dit is, zodat vele studenten meerdere keren per dag inloggen om te checken of de cijfers al zijn verwerkt. Als het vak zakt van actieve vakken naar eerdere vakken, dan ben je geslaagd. De volgende ochtend kan je dan je cijfer opvragen. Weer een dag later is het cijfer ingevuld op je cijferlijst.

Gelukkig bestaat er een gezellige facebookgroep van medestudenten waarin iemand die ontdekt dat de cijfers van een vak zijn verwerkt dit onmiddellijk vermeldt, zodat je niet zelf continu de website van de OU in de gaten hoeft te houden. Bovendien zijn de vele felicitaties en bij tijd en wijle de noodzakelijke schoppen onder de kont hartverwarmend. Zonder deze groep zou studeren aan de OU echt veel moeilijker en eenzamer zijn.

Oh ja.. de resultaten… Voor misschien wel het mooiste vak van de bachelor (Grondrechten) heb ik een hele fijne 8 gehaald. Vanochtend kon ik het cijfer voor mijn laatste tentamen van mijn bachelor (Constitutioneel recht) opvragen: een belachelijke 9. Een wat?! Ja, het staat er echt. Kijk maar:cijfer CR

Inmiddels ben ik begonnen aan de eindopdracht (Integratiepracticum). Uiterlijk op zondag moet ik de eerste opdracht inleveren. Daar ben ik dit weekend nog wel een paar uur zoet mee. Gauw weer verder dus.

Zie mijn Status rechtenstudie pagina voor de actuele status van mijn studie.

Afbeelding: flickr

Vrijheid van meningsuiting versus handhaving van de openbare orde

Vrijheid van meningsuitingDit najaar had ik drie vakken op het programma staan: Europees recht, Juridische gespreksvaardigheden en Bachelor essay. De laatste twee vakken zijn vaardighedenvakken die niet met een tentamen, maar met een opdracht worden afgesloten. Voor de vaardighedenvakken stonden verplichte bijeenkomsten op het programma, waardoor ik een stuk minder flexibel was om mijn tijd in te delen dan ik gewend was. De week van het tentamen van Europees, was een week waarin bijvoorbeeld alle drie de vakken samenvielen. Dat was flink aanpoten.

Europees recht gaat over het ontstaan en de werking van de huidige Europese Unie. Dat de Europese samenwerking na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan om in Europa de vrede te bewaren door de oorlogsindustrie van de grootmachten Frankrijk en Duitsland te reguleren, is tegenwoordig weinig aandacht meer voor. Maar Europees recht is ook een interessant vak, omdat steeds meer regelgeving uit Europa komt. Vorige week woonde ik bijvoorbeeld een zitting bij met als inzet de vraag of e-books tweedehands mogen worden verkocht, waarbij de Europese richtlijnen me om de oren vlogen (de Auteursrechtrichtlijn, de Softwarerichtlijn, de btw-richtlijn). Het tentamen Europees recht sloot ik op 10 november 2015 af met een 7.

Bij Juridische gespreksvaardigheden leer je gesprekken te voeren als een advocaat. Een intakegesprek, een adviesgesprek en een slechtnieuwsgesprek worden tijdens twee verplichte dagen in groepjes van vier studenten geoefend. Tijdens deze dagen speel je om de beurt de rol van advocaat of van cliënt. Als je geen rol speelt, is het je taak om de rol van je medestudenten te beoordelen. Het waren twee pittige dagen, maar we hebben ook ontzettend gelachen. Het vak werd afgesloten op de gesprekkendag van 4 december 2015. Ik moest een intakegesprek doen ten overstaan van een tweekoppige jury. De gesprekken werden niet beoordeeld met een cijfer, maar met een voldoende of een onvoldoende. Ik kreeg gelukkig een voldoende. Missie geslaagd.

Bij het vak Bachelor essay moet je een korte scriptie schrijven. Uit een lijst van mogelijke onderwerpen koos ik een onderwerp over de vrijheid van meningsuiting. Een onderwerp dat mij aanspreekt, omdat met de opkomst van het internet de vraag tot hoever de vrijheid van meningsuiting reikt nogal eens aan bod komt.

Mijn opdracht luidde als volgt:

“Veronderstel dat u een activiteit organiseert waarbij u gebruik maakt van uw recht om uw mening te verkondigen. Het gebruik van de geluidsversterking die u nodig heeft, is onderworpen aan de eisen in de vergunning die u daarvoor moest aanvragen. De redelijke uitleg van artikel 7 lid 3 van de Grondwet verzet zich niet tegen een vergunningenstelsel met betrekking tot het geluid, maar dit mag niet ten koste gaan van de vrijheid van meningsuiting. Daar rest echter ten minste de volgende vraag te beantwoorden: hebben eisen met betrekking tot geluid, betrekking op de inhoud?”

De opdracht was om een voldoende wetenschappelijke probleemstelling te formuleren om deze middels een juridisch onderzoek te beantwoorden. Na het vaststellen van de probleemstelling moest een onderzoeksplan worden opgesteld. Voor het vinden van voldoende wetenschappelijke bronnen heb ik meerdere keren de juridische bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam bezocht. Nadat mijn onderzoeksplan was goedgekeurd, mocht ik beginnen aan het schrijven van mijn juridische essay.

Op 25 november 2015 heb ik mijn essay afgerond en ter beoordeling ingediend. Afgelopen vrijdag ontving ik mijn beoordeling: wederom een 7. Voor de liefhebber is mijn scriptie is onderaan deze post terug te vinden.

Ik heb dit najaar een flinke stap gezet ter afronding van mijn bachelor. Momenteel ben ik bezig met de voorbereiding voor de tentamenronde van begin februari. Op het programma staan de laatste twee tentamens van de bachelor: Constitutioneel recht en Grondrechten. Ik voldoe nu aan de vereisten om in februari te mogen beginnen aan de eindopdracht van de bachelor, het Integratie practicum.

 

Zie mijn Status rechtenstudie pagina voor de actuele status van mijn studie.

Studieplanning

Studieplanning
Juridische bibliotheek UvA.

Het maken van een studieplanning voor een studie aan de Open Universiteit is een vak op zich. Dat komt omdat de OU werkt met losse vakken en de planning daarvan volledig aan de student overlaat. Dit heeft natuurlijk als voordeel dat je als student hierdoor een grote mate van flexibiliteit krijgt en zo je eigen studietempo kan bepalen, maar het maken van een goede studieplanning is niet eenvoudig.

Bij het maken van een een studieplanning spelen (bij mij) een groot aantal factoren een rol: Lees verder Studieplanning