Tagarchief: IE

Brein versus usenet gaat naar de Hoge Raad

Op 6 december van het vorig jaar kwam er eindelijk een einde aan het langslepend hoger beroep dat (ex) usenetprovider News-Service Europe (NSE) in 2011 tegen Stichting Brein (Brein) had ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde met overtuiging in het voordeel van NSE en vernietigde het voor NSE desastreuze vonnis van de rechtbank. Inmiddels heeft Brein cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Het hof heeft NSE wel een verplichting opgelegd om een effectieve Notice-and-Takedown (NTD) procedure aan te bieden op het moment dat zij ervoor zou kiezen om haar dienstenverlening weer te hervatten. Dat gebod is overbodig omdat NSE al vanaf 2009 een goed functionerende NTD-procedure aanbood. Het hof heeft in het eerste tussenarrest bevestigd dat NSE’s NTD-procedure voldeed aan alle wettelijke eisen en bovendien voldoende efficiënt was.

Hoewel NSE dus al jarenlang een efficiënte NTD-procedure aanbood, riep Brein zichzelf kort na het arrest uit als de ‘morele winnaar’ en beschouwde ze de uitspraak als een ‘belangrijke overwinning’. Met het ‘NTD arrest’ in de hand zou Brein de piraterij op usenet eindelijk aan kunnen pakken en een einde maken aan ‘illegaal usenet’, aldus Tim Kuik, directeur van Brein.

En toch heeft Brein gemeend om niet nu eindelijk eens de handen uit de mouwen te steken door de door Brein bejubelde NTD-procedure daadwerkelijk te gaan gebruiken, maar heeft zij in plaats daarvan ervoor gekozen eindeloos door te blijven procederen tegen een partij die al ruim vijf jaar niet meer actief is.

Kan Brein dan nu niets doen aan het inbreukmakende materiaal op usenet?
Zeker wel! Zoals Tim Kuik zelf al zei, kan met dit arrest in de hand elke usenetprovider die nog geen NTD-procedure aanbiedt (ik ken ze overigens niet) gedwongen worden om deze alsnog te implementeren. Hiermee kan Brein, eventueel in samenwerking met piraterijbestrijders uit andere landen, illegale content van usenet verwijderen. Dat is zeer effectief, omdat met één (vaak automatisch gegenereerd) NTD-verzoek een inbreukmakend werk in één keer van het gehele usenet kan worden verwijderd. Deze techniek wordt in de Verenigde Staten op grote schaal met succes toegepast.

Brein is overigens zeer bedreven in het versturen van NTD-verzoeken. Dat blijkt uit haar meest recente jaarverslag waar Brein met trots vermeldt dat zij in 2016 ruim 2,5 miljoen zoekresultaten bij Google heeft verwijderd en daarmee hoog staat in de internationale ranking van melders.

Daarnaast is gebleken dat Brein prima in staat is om uploaders van inbreukmakend materiaal op usenet te identificeren en aan te spreken. Uit het eerdergenoemde jaaroverzicht blijkt dat Brein zeer regelmatig door haar geïdentificeerde uploaders tot stoppen weet te dwingen en hoge schikkingen met hen treft.

Brein beschikt dus al over de benodigde middelen om op effectieve wijze piraterij op usenet aan te pakken, maar ze verkiest het voeren van ellenlange niet-effectieve juridische procedures boven het daadwerkelijk bestrijden van het illegale aanbod.

Overigens staat NSE niet alleen in haar strijd tegen anti-piraterij organisaties die de juridische realiteit maar niet kunnen accepteren. In de Verenigde Staten werd usenetprovider Giganews voor de rechter gesleept door copyright troll Perfect 10. Perfect 10 was van mening dat Giganews inbreuk maakte op haar auteursrechten. De rechter was het daar niet mee eens en oordeelde dat Giganews niet aansprakelijk is voor inbreuken op het auteursrecht. Deze uitspraak is geheel in lijn met het door Brein bestreden arrest van het hof Amsterdam. De Amerikaanse rechter veroordeelde Perfect 10 bovendien tot betaling van maar liefst 5,6 miljoen dollar aan proceskosten. In hoger beroep werd deze uitspraak onlangs bevestigd.

En toch blijft Brein in haar eigen ongelijk geloven. Alle oude drogredenen worden weer afgestoft en nieuw leven ingeblazen. De argumenten die Brein in de media bezigt zijn zo onzinnig en zo evident onjuist, dat we ze maar laten voor wat het is en met vertrouwen het oordeel aan de Hoge Raad overlaten.

Afbeelding: Zetel van de Hoge Raad aan het Korte Voorhout in Den Haag (bron: Wikimedia Commons)

De rechtspositie van de internetgebruiker in het Lycos/Pessers-tijdperk

In mijn vorige blog vertelde ik al dat het eerste semester van de master Informatierecht werd afgesloten met het schrijven van een paper. De titel van deze blog is tevens de titel van mijn paper. Deze blog bevat een korte samenvatting van mijn paper, die met een mooie 8 is beoordeeld.

Om iemand te kunnen aanspreken op het schenden van bijvoorbeeld auteursrechten, zal die persoon eerst moeten worden geïdentificeerd. Afhankelijk van de gegevens waarover een (auteurs)rechthebbende beschikt, is daarvoor de medewerking van één of meer providers benodigd. Een provider is bijvoorbeeld je internetprovider, je usenetprovider, of een platform zoals Facebook of YouTube.

In de bekende wraakporno zaak waarbij Chantal probeerde te achterhalen wie een intiem filmpje van haar op Facebook heeft geplaatst, werd bijvoorbeeld eerst Facebook aangesproken om het IP-adres te achterhalen waarmee het filmpje is geplaatst, om vervolgens van de desbetreffende internetprovider de NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) van de gebruiker van dat IP-adres te vorderen.

In Nederland heeft de wetgever het aan de rechtelijke macht overgelaten om te bepalen onder welke voorwaarden een provider de NAW-gegevens van een abonnee dient te verstrekken. Bepalend is het Lycos/Pessers arrest uit 2004.

Deze zaak ging over postzegelverzamelaar Pessers die op eBay postzegels verkocht. Nadat hij op een forum van Lycos anoniem werd beschuldigd van fraude, spande hij een kort geding aan om achter de identiteit van de persoon achter de beschuldigingen te komen. Het Gerechtshof Amsterdam bepaalde de voorwaarden wanneer een provider aan het verzoek tot verstrekking van NAW-gegevens dient te voldoen. De Hoge Raad heeft deze uitspraak in 2005 bevestigd.

De Lycos/Pessers-leer houdt in dat een provider de gegevens van haar klant dient te verstrekken, indien de volgende omstandigheden zich voordoen:

  1. de mogelijkheid dat de informatie, op zichzelf beschouwd, jegens de derde (bijvoorbeeld een auteursrechthebbende) onrechtmatig en schadelijk is, is voldoende aannemelijk;
  2. de derde heeft een reëel belang bij de verkrijging van de NAW-gegevens;
  3. aannemelijk is dat er in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de NAW-gegevens te achterhalen;
  4. afweging van de betrokken belangen van de derde, de provider en de internetgebruiker (voor zover kenbaar) brengt mee dat het belang van de derde behoort te prevaleren.

Het grote bezwaar van de Lycos/Pessers-leer is dat van providers wordt verwacht dat zij zelf verzoeken om NAW-gegevens toetsen en dat zij daarbij een belangenafweging moeten maken. Daarbij spelen de belangen van de rechthebbende, van de vermeende inbreukmaker (de internetgebruiker) en van de provider zelf een rol. De provider wordt kortom gedwongen om op de stoel van de rechter te gaan zitten.

Providers komen hiermee in een onmogelijke positie te verkeren. Indien een provider van mening is dat de belangen van de internetgebruiker prevaleren boven die van de auteursrechthebbende en de rechter besluit achteraf anders, dan heeft de provider onrechtmatig gehandeld jegens de auteursrechthebbende en kan hij daarvoor aansprakelijk worden gesteld. Indien een provider echter te snel overgaat tot het verstrekken van NAW-gegevens, loopt hij het risico om aansprakelijk te worden gesteld door de internetgebruiker wegens schending van zijn privacy.

Omdat providers uit angst voor een slechte reputatie liever geen persoonsgegevens verstrekken, weigeren zij meestal om vrijwillig aan het verzoek te voldoen. De rechthebbende wordt daarmee gedwongen om een procedure (meestal een kort geding) te starten. In deze procedure tussen provider en de verzoeker, wordt vaak over de rug van de internetgebruiker beslist of zijn persoonsgegevens zullen worden verstrekt en zijn privacy zal worden geschonden. Slechts een enkele keer wordt de internetgebruiker in de gelegenheid gesteld om (anoniem) zijn verhaal te doen. Afhankelijk van het soort gegevens kan het niet horen van de internetgebruiker in strijd zijn met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Omdat rechters steeds vaker providers verwijten dat zij niet vrijwillig zijn overgegaan tot verstrekking van NAW-gegevens, wordt de druk op providers om zonder tussenkomst van de rechter NAW-gegevens te verstrekken steeds groter. Een provider handelt immers onrechtmatig indien een rechter achteraf besluit dat de provider wel tot verstrekking van NAW-gegevens had moeten overgaan. Mijn paper sluit af met de conclusie dat deze gang van zaken een bedreiging vormt voor de rechtspositie van de internetgebruikers wier persoonsgegevens worden gevorderd.

Voor de liefhebber is mijn paper hieronder in z’n geheel te lezen.

Afbeelding: De eiser in Lycos/Pessers was een postzegelverzamelaar (flickr)

Verslag van Dag van IE en Internet 2012

Gisteren heb ik zowaar aan de juridische cursus Dag van IE en Internet 2012 deelgenomen. Ik moet bekennen dat ik bij mijn aanmelding niet het idee had dat ik me inschreef voor een cursus. Ik had meer het idee dat het een soort congres cq themadag betrof. Misschien had ik beter moeten lezen. Ik liep in ieder geval tegen onderstaande tekst aan:

De Dag van IE en Internet besteedt aandacht aan actuele juridische vraagstukken. Onderwerpen die aan de orde komen zijn onder andere: bescherming van content online (auteursrecht), bescherming van onderscheidingstekens (merkenrecht), bescherming van uitingen online (privacy en vrijheid van meningsuiting) en handhaving van bestaande IE-rechten.

Lees verder Verslag van Dag van IE en Internet 2012