Tagarchief: Hoge Raad

Brein versus usenet: voortgang cassatie bij de Hoge Raad

Gisteren was het 6 jaar geleden dat de Rechtbank Amsterdam het voor mij desastreuze vonnis wees dat het definitieve einde betekende voor mijn bedrijf, voormalig usenetprovider News-Service Europe B.V. (NSE). Er is sindsdien veel gebeurd.

Ondanks het feit dat NSE sinds 4 november 2011 18.00 uur geen activiteiten meer verricht, heb ik samen met mijn zakenpartner toch gemeend om in hoger beroep te moeten gaan. Het vonnis van de rechtbank is evident onjuist en wij willen ons gelijk halen. Dat is inmiddels ook gelukt. Na een langslepende procedure in hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam ons op 6 december 2016 in het gelijk gesteld en het vonnis van de rechtbank vernietigd. Helaas vond Stichting BREIN het nodig om de arresten van het hof (het zijn er maar liefst drie: twee tussenarresten en een eindarrest) aan te vechten door in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

Op persoonlijk vlak is ook het een en ander gebeurd. Zo ben ik na de zomer van 2012, nadat ik enigszins was bijgekomen van de schok, begonnen aan een rechtenstudie aan de Open Universiteit. Nadat ik in 2016 mijn bachelor heb behaald, begon ik aan de master Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam. Ik ben nu mijn masterscriptie aan het schrijven en aan het eind van dit jaar hoop ik de studie te kunnen afronden.

Zoals ik al zei, heeft BREIN de arresten van het gerechtshof aangevochten bij de hoogste rechter in Nederland. Het is de taak van de Hoge Raad om te oordelen of de feitenrechter het recht goed heeft uitgelegd en toegepast. De Hoge Raad behandelt de zaak dus niet opnieuw en gaat uit van de feiten zoals die door het hof zijn vastgesteld. Op vrijdag 1 september 2017 hebben zowel NSE als BREIN hun schriftelijke toelichting ingediend en zojuist, op vrijdag 29 september 2017, hebben beide partijen hun repliek en dupliek ingediend. Nu is het aan de advocaat-generaal van het parket van de Hoge Raad om de Hoge Raad van advies te voorzien. Deze conclusie zal naar verwachting drie maanden op zich laten wachten. Vervolgens is het aan de raadsheren van de Hoge Raad om arrest te wijzen.

In de cassatiestukken probeert BREIN voor de zoveelste keer een beeld van het usenet en NSE te creëren dat ver bezijden de waarheid is. Zo zou NSE betrokken zijn bij de inbreuk op auteursrechten, zou NSE zijn overgestapt op een reseller model om haar verantwoordelijkheid te ontlopen, de retentietijd van populaire nieuwsgroepen hebben verlengd en haar systeem hebben ingericht op het tot stand brengen van een omvangrijke database met populaire beschermde werken. Daarnaast probeert BREIN de Hoge Raad ervan te overtuigen dat het business model van NSE, en dus dat van elke usenetprovider, op één lijn te stellen is met dienstverleners als RapidShare, Mininova, FTD en The Pirate Bay.

Allemaal klinkklare onzin natuurlijk. NSE was gewoon een neutrale usenetprovider die zich niet bezig hield met de inhoud van de usenetberichten en keurig netjes voldeed aan de voorwaarden die de wet aan een neutrale provider stelt. NSE deed zelfs meer dan waartoe zij wettelijk verplicht was om zo rechthebbenden tegemoet te komen. NSE was echter niet bereid om censuur toe te passen door alle binnenkomende berichten preventief te gaan filteren of door zonder goede motivering complete nieuwsgroepen af te sluiten. Dat is buiten alle proporties en bovendien in strijd met Europese regelgeving.

Nadat NSE er niet in was geslaagd de rechtbank ervan te overtuigen dat de onderzoeken die BREIN uit andere procedures heeft geleend niet tot BREINs conclusie kunnen leiden dat 80-90% van het materiaal op usenet inbreukmakend is, heeft NSE gedurende het hoger beroep onderzoeksinstituut TNO gevraagd om hier onderzoek naar te doen. TNO komt tot de conclusie dat niet 80-90% van het materiaal op usenet inbreukmakend is, maar slechts 6%. De slotsom is dus dat usenet voor veel meer dan alleen voor de uitwisseling van inbreukmakend materiaal wordt gebruikt.

Toch hebben ook wij wel een aantal bezwaren tegen de beslissingen van het hof. Zo heeft het hof NSE bevolen om in het geval zij haar activiteiten als usenetprovider hervat een effectieve notice-and-takedown procedure (NTD-procedure) in te voeren. Hier zijn wij het niet mee eens, want NSE bood al een effectieve NTD-procedure aan waarmee rechthebbenden op effectieve wijze inbreukmakend materiaal konden verwijderen. Het hof heeft nota bene zelf geoordeeld dat NSE’s NTD-procedure aan alle wettelijke eisen voldeed. Om deze en andere redenen hebben we voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Dat betekent dat alleen indien minstens één van de klachten van BREIN slaagt, onze klachten in behandeling genomen zullen worden.

Inmiddels zijn we al ruim 8 jaar aan het procederen. Ik had toen ik aan mijn rechtenstudie begon nooit gedacht dat ik mijn studie zou afronden voordat de rechtszaak met BREIN tot een einde zou komen, maar dat lijkt nu toch echt te gaan gebeuren. Ik hoop dat de Hoge Raad de arresten van het gerechtshof bekrachtigt, zodat er eindelijk een einde komt aan dit langslepende proces. Met een gemiddelde totale doorlooptijd bij de civiele kamer van de Hoge Raad van 500 dagen (vanaf dagvaarding/procesinleiding), zouden we pas rond augustus 2018 de uitspraak mogen verwachten.

UPDATE 13.30 uur: Niet vandaag, maar op 27 oktober 2017 wordt de datum voor het nemen van de conclusie vastgesteld.

UPDATE 27 oktober 2017: Conclusie van de A-G op 4 mei 2018, dus pas over ruim 5 maanden.

Afbeelding: Shelby Ward (flickr)

Brein versus usenet gaat naar de Hoge Raad

Op 6 december van het vorig jaar kwam er eindelijk een einde aan het langslepend hoger beroep dat (ex) usenetprovider News-Service Europe (NSE) in 2011 tegen Stichting Brein (Brein) had ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde met overtuiging in het voordeel van NSE en vernietigde het voor NSE desastreuze vonnis van de rechtbank. Inmiddels heeft Brein cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Het hof heeft NSE wel een verplichting opgelegd om een effectieve Notice-and-Takedown (NTD) procedure aan te bieden op het moment dat zij ervoor zou kiezen om haar dienstenverlening weer te hervatten. Dat gebod is overbodig omdat NSE al vanaf 2009 een goed functionerende NTD-procedure aanbood. Het hof heeft in het eerste tussenarrest bevestigd dat NSE’s NTD-procedure voldeed aan alle wettelijke eisen en bovendien voldoende efficiënt was.

Hoewel NSE dus al jarenlang een efficiënte NTD-procedure aanbood, riep Brein zichzelf kort na het arrest uit als de ‘morele winnaar’ en beschouwde ze de uitspraak als een ‘belangrijke overwinning’. Met het ‘NTD arrest’ in de hand zou Brein de piraterij op usenet eindelijk aan kunnen pakken en een einde maken aan ‘illegaal usenet’, aldus Tim Kuik, directeur van Brein.

En toch heeft Brein gemeend om niet nu eindelijk eens de handen uit de mouwen te steken door de door Brein bejubelde NTD-procedure daadwerkelijk te gaan gebruiken, maar heeft zij in plaats daarvan ervoor gekozen eindeloos door te blijven procederen tegen een partij die al ruim vijf jaar niet meer actief is.

Kan Brein dan nu niets doen aan het inbreukmakende materiaal op usenet?
Zeker wel! Zoals Tim Kuik zelf al zei, kan met dit arrest in de hand elke usenetprovider die nog geen NTD-procedure aanbiedt (ik ken ze overigens niet) gedwongen worden om deze alsnog te implementeren. Hiermee kan Brein, eventueel in samenwerking met piraterijbestrijders uit andere landen, illegale content van usenet verwijderen. Dat is zeer effectief, omdat met één (vaak automatisch gegenereerd) NTD-verzoek een inbreukmakend werk in één keer van het gehele usenet kan worden verwijderd. Deze techniek wordt in de Verenigde Staten op grote schaal met succes toegepast.

Brein is overigens zeer bedreven in het versturen van NTD-verzoeken. Dat blijkt uit haar meest recente jaarverslag waar Brein met trots vermeldt dat zij in 2016 ruim 2,5 miljoen zoekresultaten bij Google heeft verwijderd en daarmee hoog staat in de internationale ranking van melders.

Daarnaast is gebleken dat Brein prima in staat is om uploaders van inbreukmakend materiaal op usenet te identificeren en aan te spreken. Uit het eerdergenoemde jaaroverzicht blijkt dat Brein zeer regelmatig door haar geïdentificeerde uploaders tot stoppen weet te dwingen en hoge schikkingen met hen treft.

Brein beschikt dus al over de benodigde middelen om op effectieve wijze piraterij op usenet aan te pakken, maar ze verkiest het voeren van ellenlange niet-effectieve juridische procedures boven het daadwerkelijk bestrijden van het illegale aanbod.

Overigens staat NSE niet alleen in haar strijd tegen anti-piraterij organisaties die de juridische realiteit maar niet kunnen accepteren. In de Verenigde Staten werd usenetprovider Giganews voor de rechter gesleept door copyright troll Perfect 10. Perfect 10 was van mening dat Giganews inbreuk maakte op haar auteursrechten. De rechter was het daar niet mee eens en oordeelde dat Giganews niet aansprakelijk is voor inbreuken op het auteursrecht. Deze uitspraak is geheel in lijn met het door Brein bestreden arrest van het hof Amsterdam. De Amerikaanse rechter veroordeelde Perfect 10 bovendien tot betaling van maar liefst 5,6 miljoen dollar aan proceskosten. In hoger beroep werd deze uitspraak onlangs bevestigd.

En toch blijft Brein in haar eigen ongelijk geloven. Alle oude drogredenen worden weer afgestoft en nieuw leven ingeblazen. De argumenten die Brein in de media bezigt zijn zo onzinnig en zo evident onjuist, dat we ze maar laten voor wat het is en met vertrouwen het oordeel aan de Hoge Raad overlaten.

Afbeelding: Zetel van de Hoge Raad aan het Korte Voorhout in Den Haag (bron: Wikimedia Commons)

Symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad

Symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad
Gisteren was ik aanwezig bij het Symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad dat werd gehouden in de grote zittingszaal van het nieuwe gebouw van de Hoge Raad in Den Haag.

De Hoge Raad der Nederlanden is de hoogste rechter in Nederland op het gebied van het civiele-, straf- en belastingrecht. De Hoge Raad is geen feitenrechter, maar cassatierechter. Een cassatierechter oordeelt of de feitenrechter (meestal het gerechtshof) het recht en de procesregels juist heeft toegepast. De Hoge Raad kan een uitspraak van de feitenrechter vernietigen (casseren), waardoor de feitenrechter de zaak moet overdoen. Kerntaken van de Hoge Raad zijn het bevorderen van rechtseenheid en rechtsontwikkeling.

In het symposium stond de vraag centraal welke gevolgen de rechtsvormende taak van de Hoge Raad heeft voor de motivering van arresten. Zou de Hoge Raad de achterliggende beleidsargumenten en afwegingen steeds in de motivering van zijn beslissingen moeten vermelden? Wanneer doet hij dit wel en wanneer niet?

Ton Hartlief (hoogleraar privaatrecht, Maastricht; per 1 april 2016 advocaat-generaal) hield een betoog waarin hij zijn stelling verdedigde dat de Hoge Raad zoveel mogelijk zijn gedachtegang om tot een bepaalde uitspraak te komen als motivering in het arrest zou moeten opnemen. Bovendien zou de Hoge Raad moeten motiveren waarom hij van mening is dat hij een bepaalde uitspraak kan en mag doen en waarom. Dit doet de Hoge Raad volgens Hartlief nu alleen in die gevallen wanneer zij van mening is dat zij een bepaalde uitspraak niet kan doen, omdat hij daarmee op de stoel van de wetgever zou gaan zitten.

Ybo Buruma (raadsheer strafkamer) is juist geen voorstander van een omstandige motivering. Volgens Buruma zou bij uitgebreide motivering ook gebruik worden gemaakt van niet of minder accurate argumenten en dat zou volgens hem nu juist de kwaliteit van arresten ondermijnen. Bovendien wordt elk woord van de Hoge Raad op een weegschaal gelegd, wat de houdbaarheid van een uitspraak zou kunnen ondermijnen. Tegenover het zuinig motiveren stelt Buruma de mogelijkheid om uitspraken toe te lichten, bijvoorbeeld door de persraadsheer.

De Hoge Raad wordt bij zijn uitspraken geholpen door een conclusie (advies) van een advocaat-generaal. Ik meen dat het Geert Knigge (advocaat-generaal, strafrecht) was die gekscherend zei dat de advocaat-generaal zijn conclusies uitgebreid motiveert, omdat het zijn doel is om de Hoge Raad te overtuigen van zijn gelijk. De Hoge Raad zelf bedient zich van aanzienlijk minder motivatie, omdat de Hoge Raad niemand hoeft te overtuigen, omdat de Hoge Raad als hoogste rechter in Nederland altijd gelijk heeft.

Maarten Feteris (president van de Hoge Raad) maakte een prachtige metafoor met betrekking tot het al dan niet uitgebreid moeten motiveren van uitspraken: Iedereen herkent wel het beeld van een kind bij de kassa van een supermarkt die de ouder vraagt waarom hij of zij niet een zakje van die onweerstaanbare snoep mag pakken. Terwijl de ene ouder zich beperkt tot de woorden ‘omdat ik het zeg’, start de andere ouder een uitgebreid betoog over tandartsen en wat niet meer zij. Welke ouder straalt nu het meeste gezag uit?

Daar werd dan weer terecht tegenover gezet dat gezag vroeger iets vanzelfsprekends was, maar dat gezag in het huidige tijdperk steeds minder vanzelfsprekend is en verdiend moet worden. Dat gezag kan de Hoge Raad verdienen door goed gemotiveerde arresten te wijzen. En zo is de cirkel weer rond.

Het blijkt dat zowel voor- als tegenstanders van het uitgebreid motiveren van uitspraken sterke argumenten voor hun standpunt hebben. Dineke de Groot (raadsheer civiele kamer) liet desgevraagd ook weten dat dit onderwerp ook daadwerkelijk een onderwerp is waar de Hoge Raad zich mee bezig houdt.

Het was een interessante middag, die werd afgesloten met een borrel. Bij de uitgang werd de die dag verschenen bundel Rechtsvorming door de Hoge Raad uitgereikt. Het symposium was ook meteen een mooie gelegenheid om het prachtige nieuwe gebouw en de indrukwekkende grote zittingszaal (zie foto) van de Hoge Raad te mogen bewonderen. Na afloop heb ik samen met een groep medestudenten van de Open Universiteit nog even lekker nagepraat en gegeten in een in Italiaans restaurant in de buurt.

Afbeelding: Maarten Feteris (president van de Hoge Raad) introduceert het thema.

De laatste loodjes van mijn bachelor

Pleiten | Integratiepracticum
Pleitsessie 29-11-2014

Na behalen van de laatste twee tentamens van mijn bachelor, resteert nu nog slechts de afsluitende eindopdracht om mijn bachelor met succes te kunnen afronden. Deze eindopdracht wordt bij de Open Universiteit het Integratiepracticum genoemd.

Bij het Integratiepracticum is het de bedoeling dat je laat zien dat je de opgedane kennis uit de bachelor in de praktijk kunt toepassen. Dit doe je door drie casus uit de drie verschillende rechtsgebieden (privaatrecht, bestuursrecht, strafrecht) uit te werken. Het vak bestaat uit een schriftelijk en een mondeling deel.

Het schriftelijke deel was pittig en omvangrijk. Het vereiste jurisprudentie- en literatuuronderzoek maakte een aantal bezoeken aan de juridische bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam noodzakelijk. Voor elke uitwerking moet een voldoende worden behaald om door te mogen gaan naar het mondelinge deel van de cursus. Bij twee of meer onvoldoendes is het einde oefening en mag je het vak over een half jaar opnieuw proberen (aangezien de master die ik wil gaan doen alleen in september begint, zou dat voor mij een vertraging van een heel jaar betekenen). Bij één onvoldoende krijg je nog de gelegenheid om je uitwerking aan te passen. Gelukkig heb ik voor alle drie de uitwerkingen een voldoende gehaald. Voor privaatrecht en strafrecht kreeg ik een 7, voor bestuursrecht een 8.

Het mondelinge deel bestaat uit het houden van een pleidooi voor de rechter, inclusief repliek of dupliek. De casus die ik moet bepleiten is één van de drie in het schriftelijke deel uitgewerkte casus. Welke casus dat wordt en welke rol ik toebedeeld krijg, krijg ik vandaag te horen. Deze slotbijeenkomst van het Integratiepracticum vindt plaats op 24 juni 2016 op de campus van de Open Universiteit in Heerlen en vormt de afsluiting van het Integratiepracticum en de bachelor.

Afgelopen vrijdag stond een oefendag ter voorbereiding op de slotbijeenkomst op het programma. Ik moest een pleidooi houden ter verdediging van ‘mijn cliënt’ die diefstal met geweld en rijden onder invloed ten laste werd gelegd. Ik heb slechts één keer eerder gepleit, dus deze dag was een zeer welkome oefening. Ik was tevreden met mijn optreden. Ik bleef precies binnen de toegestane tijd en hield mijn pleidooi los van het papier. Mijn repliek was echter voor verbetering vatbaar.

In september hoop ik te starten met de Master Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam. Dit is een gespecialiseerde master waarvoor slechts een beperkt aantal studenten wordt toegelaten. Ik heb in een motivatiebrief moeten beargumenteren waarom ik van mening ben dat ik geselecteerd zou moeten worden. Aangezien ik geen plan B heb, wacht ik met spanning de uitkomst af.

Gedurende de zomer hoop ik mezelf te kunnen vermaken met cybercriminaliteit. De Open Universiteit biedt namelijk het vak Strafrechtspleging in de gedigitaliseerde samenleving aan en aangezien cybercriminaliteit geen onderdeel is van de Master Informatierecht, lijkt me dit een hele mooie aanvulling. Er is echter wel een probleem. Dit vak kent een vast startmoment en is begin mei reeds gestart. Vanwege de door de politiek ingevoerde ‘harde knip’ mogen studenten niet meer aan een master beginnen, voordat ze hun bachelor volledig hebben afgerond. Omdat ik de bachelor ‘pas’ eind juni afrond, val ik tussen wal en schip. Ik wacht nu op toestemming van de Open Universiteit om ondanks het vaste startmoment toch op een later moment aan dit vak te mogen beginnen.

Woensdag staat iets heel anders op de rol, namelijk het symposium Rechtsvorming door de Hoge Raad. Als hoogste rechtelijke instantie heeft de Hoge Raad vaak het laatste woord en daarmee een rechtsvormende taak. Hierbij is de motivering van de uitspraken van de Hoge Raad van het grootste belang. De Hoge Raad is onlangs verhuisd en het symposium vindt plaats in de grote zittingszaal op de nieuwe locatie. Hartstikke leuk dus! Na afloop van het symposium is het tijd om samen met een aantal medestudenten gezellig na te praten en een hapje te eten. Nog leuker!

Zie mijn Status rechtenstudie pagina voor de actuele status van mijn studie.

Een iPad is een computer. En een iPhone?

Een ipad is een computer, aldus de Hoge Raad.
Bron: Flickr

Vorige week oordeelde de Hoge Raad in een belastingzaak dat een iPad gezien moet worden als een computer en niet als een communicatiemiddel. Het gevolg is dat een werkgever loonheffing moet betalen over de aan haar personeel verstrekte iPads. Maar als een iPad een computer is, hoe zit dat dan met een iPhone en andere smartphones?

De uitspraak is het sluitstuk van een geschil tussen RTL Nederland en de Belastingdienst. Volgens de Belastingdienst moet RTL Nederland loonheffing betalen over de 664 aan haar medewerkers geschonken iPads. Volgens Webwereld gaat het om een bedrag van maar liefst 3 ton.

Om te bepalen of er loonbelasting dient te worden betaald is van belang om te weten of een iPad volgens de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) valt onder de categorie ‘telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen – niet zijnde computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur’ (artikel 15b, eerste lid, onder f, Wet LB 1964) of onder de categorie ‘computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur’ (artikel 15b, eerste lid, onder s). Kort gezegd komt het er in dit geschil op neer dat indien een iPad valt onder de categorie ‘communicatiemiddelen’ er geen loonheffing hoeft te worden betaald, maar als een iPad gerekend kan worden tot de categorie ‘computers’ dit wel het geval is.

De rechtbank was in 2012 van oordeel dat een iPad als een computer moet worden gezien (r.o. 4.5.3):

“Gelet op de vele andere gebruiksmogelijkheden die de iPad heeft, is de rechtbank van oordeel dat de communicatiefunctie van de iPad niet zodanig is dat deze een centrale rol speelt. (..) Mede gelet op het formaat van de iPad, het geheugen van 32 GB en met inachtneming van de vele andere gebruiksmogelijkheden dient de iPad veeleer te worden aangemerkt als kleine computer die mede geschikt is voor verschillende vormen van communicatie.”

RTL Nederland ging in beroep en werd in 2014 door het Hof Amsterdam in het gelijk gesteld. Een iPad is toch géén computer (r.o. 4.2.12):

“Het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn bij deze apparaten te beperkt voor langdurig gebruik als computer.”

Hierop ging de Belastingdienst in cassatie. En met succes, want de Hoge Raad heeft vorige week de uitspraak van het hof vernietigd. Volgens ons hoogste rechtsorgaan moet niet de vraag beantwoord worden of een iPad het meeste lijkt op de beschrijving van een communicatiemiddel of van een computer, maar moet eerst (r.o. 2.5.2)..

“(..) worden beoordeeld of zij [de iPads] moeten worden gerekend tot de ‘computers en dergelijke apparatuur en bijbehorende apparatuur’ vermeld in artikel 15b, lid 1, letter s, Wet LB en dat pas bij een ontkennende beantwoording van die vraag onderzocht moet worden of die iPads kunnen worden gerangschikt onder de in letter f van die wetsbepaling bedoelde categorie ‘telefoon, internet en dergelijke communicatiemiddelen’.”

Dus pas als een iPad niet valt onder de beschrijving van een computer, dient te worden beoordeeld of hij wellicht voldoet aan de beschrijving van een communicatiemiddel. Vervolgens overweegt de Hoge Raad (r.o. 2.5.4):

“Zoals blijkt uit de reeds genoemde omschrijving van het apparaat door het Hof kenmerkt de iPad zich, evenals een desktop- of notebookcomputer, door zijn veelzijdige inzetbaarheid voor de verwerking en opslag van gegevens, in de vorm van tekst, cijfers, beeld en geluid, het zoeken naar informatie op het internet, en voor ontspanning. Dit brengt mee dat de iPads moeten worden gerangschikt onder de in artikel 15b, lid 1, letter s, Wet LB bedoelde categorie.”

De Hoge Raad ziet een iPad dus als een computer, zodat RTL Nederland uiteindelijk toch aan het kortste eind trekt en ruim 3 ton aan achterstallige loonheffing moet betalen.

Maar nu de Hoge Raad stelt dat eerst moet worden beoordeeld of wordt voldaan aan de beschrijving van een computer en pas indien dit niet het geval is moet worden beoordeeld of er dan wellicht sprake is van een communicatiemiddel, vallen iPhones en andere smartphones dan niet ook onder de categorie ‘computer’? Een smartphone kenmerkt zich immers toch ook ‘door zijn veelzijdige inzetbaarheid voor de verwerking en opslag van gegevens, in de vorm van tekst, cijfers, beeld en geluid, het zoeken naar informatie op het internet, en voor ontspanning’?

Aangezien je met een smartphone nagenoeg hetzelfde kan als met een iPad moet deze vraag naar mijn menig bevestigend worden beantwoord. Dus niet alleen een iPad blijkt een computer te zijn, maar ook een iPhone en elke andere smartphone.

En toch zijn de gevolgen van deze uitspraak niet zo groot als het lijkt. Waarom niet? Omdat met ingang van 1 januari 2011 alle artikelen met betrekking vrije vergoedingen en verstrekkingen uit de Wet op de loonbelasting zijn geschrapt. De uitspraak heeft slechts betrekking op de tekst van de Wet op de loonbelasting zoals deze in 2010 was. De nieuwe werkkostenregeling maakt geen onderscheid meer tussen computer en communicatiemiddel.

Hoge Raad zitting Pirate Bay-blokkade

Vandaag was de zitting bij de Hoge Raad in The Pirate Bay-blokkade rechtszaak, waarin Stichting Brein probeert de internet providers Xs4all en Ziggo te dwingen om hen de toegang tot de website van The Pirate Bay voor haar gebruikers te laten blokkeren.

In eerste aanleg werd Brein in het gelijk gesteld en moesten Xs4all en Ziggo een filter plaatsen die de (rechtstreekse) toegang tot The Pirate Bay blokkeerde. Xs4all en Ziggo wonnen echter het hoger beroep, waardoor de internetblokkade weer verdween. Hierop ging Brein in cassatie. Hieronder het twitterverslag van de zitting op 14 november 2014. Op 17 april 2014 wordt de conclusie (advies) van de Advocaat-Generaal verwacht. Lees verder Hoge Raad zitting Pirate Bay-blokkade