Brein versus usenet: Vijf jaar na het vonnis

Rechtbank Amsterdam | Brein versus usenet

Gisteren was het precies vijf jaar geleden dat de rechtbank Amsterdam (foto) in de zaak ‘Brein versus Usenet’ een desastreus en evident onjuist vonnis uitsprak. De rechtbank Amsterdam oordeelde in haar vonnis van 28 september 2011 dat mijn bedrijf, usenetprovider News-Service Europe B.V. (NSE), inbreuk maakte op auteursrechten en onrechtmatig handelde. De rechtbank beveelt dat NSE een filter moet plaatsen die alle binnenkomende usenetartikelen analyseert, teneinde alle artikelen die inbreuk maken op het auteursrecht te blokkeren.

Omdat een filter dat alleen inbreukmakend materiaal tegenhoudt simpelweg niet bestaat en wij geen wonderen kunnen verrichten, zagen wij geen mogelijkheid om aan het vonnis te voldoen. NSE stelt hoger beroep in, maar helaas was eiser Stichting Brein niet bereid om de uitkomst van het hoger beroep af te wachten. Ook een kort geding waarin wij de voorzieningenrechter wezen op de onuitvoerbaarheid van het vonnis mocht niet baten. Brein dwong ons om ons aan het vonnis te houden en gezien de enorme toegewezen dwangsommen van € 50.000,00 per dag zagen we onszelf genoodzaakt om op 4 november 2011 onze bedrijfsuitvoering volledig te staken. Een emotioneel moment.

Het touwtrekken met Stichting Brein begon al op 4 maart 2009 toen we de eerste brief van de anti-piraterijstichting ontvingen. Brein deelde ons mee dat een usenetprovider verplicht zou zijn om maatregelen te treffen tegen auteursrechtinbreuken op usenet. Brein noemde als mogelijke maatregelen het blokkeren van bepaalde nieuwsgroepen en het filteren van inbreukmakende titels.

In het gesprek dat daarop volgde bleek het Stichting Brein vooral te doen om een Notice & Takedown-procedure. Middels een Notice & Takedown-procedure kan een provider worden gewezen op de aanwezigheid van illegale content op haar platform (‘notice’), waardoor de provider deze kan evalueren en indien nodig verwijderen (‘takedown’). Hoewel wij tijdens het gesprek terughoudend waren over het aanbieden van een dergelijke procedure, besloten we kort na het gesprek toch tot implementatie van een Notice & Takedown-procedure over te gaan.

Omdat er in Nederland nog geen enkele usenetprovider een Notice & Takedown-procedure aanbood, waren we genoodzaakt om zelf een procedure te ontwikkelen. Wij ontwikkelden samen met specialisten van het advocatenkantoor Kennedy Van der Laan een Notice & takedown-procedure die is gebaseerd op de ‘Gedragscode Notice-and-Takedown‘. Deze gedragscode is samen met de overheid, het bedrijfsleven en belangenverenigingen (waaronder Stichting Brein!) tot stand gekomen. De door ons ontwikkelde procedure was echter afgestemd op de werking van usenet en was bovendien laagdrempeliger dan de gedragscode.

Een maand later is onze Notice & Takedown-procedure gereed en hebben we onze branchegenoten aangeboden om de procedure kosteloos van ons over te nemen. Een aantal usenetproviders heeft dit ook daadwerkelijk gedaan.

Tot onze verrassing laat Stichting Brein ons vervolgens weten dat de door ons ingevoerde Notice & takedown-procedure plotseling “niet volstaat”. Helaas ontbreekt iedere toelichting. Wij verzoeken Brein om haar bezwaren kenbaar te maken en aan te geven hoe wij onze procedure kunnen verbeteren. In plaats van de dialoog aan te gaan besluit Brein echter om nog diezelfde maand NSE te dagvaarden.

Lopende de procedure bij de rechtbank besluiten we om rechthebbenden verder tegemoet te komen door een zogenaamde Fast Track Notice & takedown-procedure aan te bieden. Hiermee geven we rechthebbenden de mogelijkheid om zonder onze tussenkomst inbreukmakend materiaal direct en zonder vertraging van ons platform te verwijderen. Een dergelijk systeem was op dat moment uniek in de wereld. Het gesprek met Stichting Brein dat naar aanleiding van dit initiatief tot stand kwam, werd ook weer om volstrekt onduidelijke redenen door Brein afgebroken.

Een van de geschilpunten reeds voorafgaand aan de juridische procedure was of NSE als usenetprovider een beroep toekomt op artikel 196c van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 6:196c BW). Dit artikel bepaalt dat tussenpersonen op internet niet aansprakelijk kunnen worden gehouden voor het handelen van haar gebruikers. Dankzij dit artikel hoeft bijvoorbeeld Marktplaats niet bang te zijn om aansprakelijk te kunnen worden gesteld voor het handelen van haar gebruikers. Toen wij dit onderwerp tijdens het eerste gesprek met Brein ter tafel brachten, werden we uitbundig uitgelachen. Natuurlijk kan NSE zich niet niet op artikel 6:196c BW beroepen, aldus Brein.

Inmiddels weten we gelukkig wel beter. Het gerechtshof Amsterdam heeft in een tussenarrest nadrukkelijk bepaald dat NSE wel degelijk een beroep toekomt op artikel 6:196c BW. Het gevolg daarvan is dat NSE niet aansprakelijk is voor het inbreukmakende materiaal dat usenetgebruikers op haar platform plaatsten. Bovendien heeft het hof geoordeeld dat NSE niet onrechtmatig heeft gehandeld en dat het door de rechtbank oplegde bevel om te gaan filteren te ver gaat en in strijd is met Europese regelgeving (artikel 15 van de Richtlijn inzake elektronische handel).

Hoewel het hoger beroep nog altijd niet is afgerond, heeft het hof inmiddels wel alle vorderingen van Stichting Brein afgewezen. We zijn dus een flink eind op de goede weg. De huidige stand van zaken geeft ons vertrouwen in een positieve afloop. Daarom hebben we vorige week Brein per brief laten weten dat we Brein aansprakelijk houden voor de door ons geleden en nog te lijden schade.

Op 11 oktober 2016 staan we weer ‘op de rol’ en zou het eindarrest kunnen worden gewezen. Ik zeg ‘zou kunnen’, want er bestaat ook een kans dat het hof in een derde tussenarrest partijen om nog meer informatie zal gaan vragen. Natuurlijk bestaat ook de kans dat er helemaal geen arrest wordt gewezen en de zaak wederom wordt aangehouden. Ik blijf er in ieder geval niet meer voor thuis, want ik heb op dinsdag college.

Afbeelding: Rechtbank Amsterdam (flickr)

Reacties

Brein versus usenet: Vijf jaar na het vonnis — 2 reacties

Geef een reactie